In het kort: In Nederland verdrinken jaarlijks rond de honderd mensen, volgens cijfers van het CBS over 2025. Opvallend: 41 procent is 60-plus en 54 procent verdrinkt in een sloot, rivier of kanaal – niet in een zwembad. Verdrinkingspreventie vraagt daarom om meer dan zwemles voor kinderen: het gaat om risicobewustzijn, toezicht, beleid en aandacht voor ouderen en open water. Een diploma beschermt, maar waterveiligheid redt levens.
De cijfers: wie verdrinkt er in Nederland?
Effectieve preventie begint bij eerlijk kijken naar de cijfers. Volgens het CBS verdrinken er in Nederland jaarlijks ongeveer honderd mensen. Dat is een getal dat veel mensen verrast, omdat het beeld van verdrinking vaak wordt bepaald door tragische ongevallen met jonge kinderen. De werkelijkheid is genuanceerder en wijst op heel andere risicogroepen dan veel mensen denken.
Twee cijfers springen eruit. Ten eerste is maar liefst 41 procent van de slachtoffers ouder dan zestig jaar. Ten tweede vindt 54 procent van de verdrinkingen plaats in sloten, rivieren en kanalen – dus in open water, niet in het overdekte zwembad waar de meeste mensen aan denken. Deze twee feiten samen veranderen het hele verhaal over preventie. Vanuit de praktijk ziet Shiva de Winter dagelijks dat de aandacht vaak eenzijdig naar jonge kinderen gaat, terwijl de cijfers een breder beeld eisen.
- Rond de 100 verdrinkingen per jaar in Nederland (CBS, 2025).
- 41% van de slachtoffers is 60 jaar of ouder.
- 54% verdrinkt in een sloot, rivier of kanaal – open water.
Waarom ouderen een grote risicogroep zijn
Dat ouderen zo'n groot aandeel vormen, heeft meerdere oorzaken. Met het ouder worden nemen kracht, evenwicht en reactievermogen af. Een misstap langs de waterkant, een duizeling of een hartprobleem kan ertoe leiden dat iemand te water raakt. En eenmaal in het water is het voor een ouder iemand veel moeilijker om zichzelf eruit te werken, zeker als de kant hoog of glad is.
Daarbij speelt mee dat de zwemvaardigheid van veel ouderen is afgenomen. Wie als kind goed leerde zwemmen maar daarna decennialang nauwelijks zwom, heeft een groot deel van die vaardigheid verloren. Het lichaam herinnert zich de bewegingen, maar de conditie en kracht om ze vol te houden zijn weg. Dit onderstreept de kernboodschap dat een diploma uit het verleden geen garantie is voor veiligheid in het heden. Meer over dat onderscheid lees je op de pagina over zwemveiligheid.
Medische factoren en medicatie
Bij ouderen spelen ook medische factoren een rol. Hart- en vaatproblemen, een beroerte of een plotselinge bloeddrukval kunnen iemand in of bij het water overvallen. Bepaalde medicijnen beinvloeden alertheid, evenwicht of hartritme. Een schijnbaar simpele wandeling langs het water kan zo onverwacht gevaarlijk worden. Bewustwording hierover – bij ouderen zelf en bij hun naasten – is een onderschat onderdeel van preventie.
Open water: waar de meeste slachtoffers vallen
Het feit dat meer dan de helft van de verdrinkingen in open water plaatsvindt, is misschien wel het belangrijkste gegeven voor preventie. Sloten, rivieren, kanalen en plassen brengen risico's mee die in een zwembad volledig ontbreken: koud water, slecht zicht, stroming, steile of modderige kanten en het ontbreken van toezicht.
De koudeschok is daarbij een grote killer. Wie plotseling in koud water terechtkomt, hapt onwillekeurig naar adem, de hartslag schiet omhoog en de spieren verkrampen. Dit kan binnen seconden tot verdrinking leiden, ook bij mensen die in een zwembad prima kunnen zwemmen. Nederlands buitenwater is ook in de zomer vaak verraderlijk koud, zeker onder het oppervlak. De specifieke gevaren van buitenwater werkt Shiva verder uit op de pagina over zwemmen in open water.
Waarom een zwembaddiploma niet volstaat in open water
Een kind of volwassene die in een warm, helder en stil zwembad goed zwemt, is daarmee niet automatisch veilig in open water. De omstandigheden verschillen wezenlijk. Daarom is het kledingzwemmen en het zwemmen in diep water uit het C-diploma zo waardevol, en daarom is overlevingszwemmen een belangrijke aanvulling. Meer over wat de verschillende diploma's wel en niet aantonen, lees je op de pagina over zwemdiploma's.
Praktische maatregelen voor preventie
Verdrinkingspreventie klinkt als een groot en abstract thema, maar valt uiteen in concrete, haalbare maatregelen op verschillende niveaus: thuis, in de openbare ruimte en in beleid.
Voor gezinnen met jonge kinderen
- Houd jonge kinderen bij water altijd binnen handbereik; toezicht op afstand is geen toezicht.
- Beveilig vijvers, sloten en zwembaden in de tuin met hekken of afdekking.
- Kies kwalitatief zwemonderwijs dat techniek en watervertrouwen vooropstelt.
- Maak het volledige Zwem-ABC af, niet alleen het A-diploma.
Voor volwassenen en ouderen
- Onderhoud de zwemvaardigheid actief; blijf regelmatig zwemmen, ook op latere leeftijd.
- Wees voorzichtig langs waterkanten, zeker bij gladheid of duizeligheid.
- Ga nooit alleen in open water zwemmen en respecteer koud water.
- Wees alert op medische factoren en medicatie die alertheid of evenwicht beinvloeden.
Bij een noodsituatie
Een belangrijk en levensreddend principe: spring bij een drenkeling niet meteen zelf het water in. Veel slachtoffers zijn juist mensen die te water gingen om een ander te redden en zelf in de problemen kwamen. Alarmeer hulp, reik iets aan vanaf de kant of gooi een drijvend voorwerp toe. Pas als je getraind bent en het verantwoord is, ga je zelf te water. Behoud altijd je eigen veiligheid.
De rol van beleid en samenwerking
Individuele maatregelen zijn onmisbaar, maar verdrinkingspreventie vraagt ook om structurele aandacht in beleid. Dat begint bij erkenning van het belang van zwemonderwijs. Tijdens de coronacrisis bleek hoe kwetsbaar dat is: toen zwemles tijdelijk werd stilgelegd, kwam een hele generatie kinderen achterstand op. Mede dankzij inzet vanuit de sector werd zwemonderwijs in OMT-advies 103 erkend als essentieel. In 2021 werd bovendien een rechtszaak gewonnen die een einde maakte aan de QR-controle bij zwemles, zodat kinderen weer ongehinderd konden leren zwemmen.
Op landelijk niveau zet Shiva de Winter zich in als interim-voorzitter van de NSWZ, een onafhankelijk kenniscentrum dat de kwaliteit van zwemonderwijs bewaakt en de belangen van private zwemscholen behartigt. De NSWZ ontwikkelde een 10-puntenplan voor beter zwemonderwijs en waterveiligheid. Meer hierover lees je op de pagina over de NSWZ.
Kennis verbinden met preventie
Preventie werkt het best als kennis, onderwijs en bewustwording samenkomen in plaats van los van elkaar te bestaan. Dat is de gedachte achter initiatieven als WaterZeker en De WaterExpert, die zich richten op het verbinden van expertise en preventie voorbij het losse zwemdiploma. Door cijfers, praktijkervaring en beleid bij elkaar te brengen, ontstaat een aanpak die de werkelijke risicogroepen bereikt: niet alleen kinderen, maar juist ook ouderen en mensen in en rond open water.
Van bewustwording naar actie
De cijfers van het CBS laten zien dat verdrinkingspreventie een breder vraagstuk is dan zwemles voor kleuters. Met 41 procent 60-plussers en 54 procent slachtoffers in open water moet de aandacht verschuiven naar groepen en situaties die nu vaak buiten beeld blijven. Dat betekent niet dat zwemonderwijs voor kinderen minder belangrijk wordt – integendeel, het blijft het fundament. Maar het betekent wel dat preventie pas compleet is als ze ook ouderen, open water en risicobewustzijn omvat.
De boodschap die hieruit volgt, is tegelijk nuchter en hoopvol. Verdrinkingen zijn voor een groot deel te voorkomen, mits we de juiste risico's herkennen en er gericht naar handelen. Een diploma beschermt, maar waterveiligheid redt levens – en die waterveiligheid is iets wat we op elke leeftijd en op elk niveau kunnen versterken. Wie de visie achter deze aanpak wil leren kennen, leest wie Shiva de Winter is.
Veelgestelde vragen
Hoeveel mensen verdrinken er jaarlijks in Nederland?
Volgens cijfers van het CBS over 2025 verdrinken er in Nederland jaarlijks ongeveer honderd mensen. Daarvan is 41 procent ouder dan zestig jaar en vindt 54 procent plaats in open water zoals sloten, rivieren en kanalen – niet in zwembaden, zoals veel mensen denken.
Waarom zijn ouderen zo'n grote risicogroep?
Bij ouderen nemen kracht, evenwicht en reactievermogen af, waardoor een misstap of duizeling langs het water sneller tot een val leidt. Bovendien is hun zwemvaardigheid vaak afgenomen door jarenlang niet te zwemmen, en spelen medische factoren en medicatie een rol. Eenmaal te water is zichzelf redden voor een ouder iemand veel moeilijker.
Waarom gebeuren de meeste verdrinkingen in open water?
Open water kent risico's die in een zwembad ontbreken: koud water dat een verlammende koudeschok veroorzaakt, slecht zicht, stroming, steile of modderige kanten en geen toezicht. Iemand die in een warm, helder zwembad goed zwemt, kan in deze omstandigheden alsnog snel in de problemen komen.
Wat kan ik zelf doen om verdrinking te voorkomen?
Houd jonge kinderen bij water binnen handbereik, beveilig water in en om huis, en kies kwalitatief zwemonderwijs dat het hele Zwem-ABC afmaakt. Onderhoud ook als volwassene of oudere je zwemvaardigheid, ga niet alleen in open water en respecteer koud water. Bij een noodsituatie: alarmeer en reik iets aan vanaf de kant in plaats van zelf meteen het water in te springen.
Is goed kunnen zwemmen genoeg om niet te verdrinken?
Nee. Goed kunnen zwemmen verlaagt het risico aanzienlijk, maar veel slachtoffers konden ooit prima zwemmen. Factoren als koud water, vermoeidheid, kleding, medische problemen en zelfoverschatting spelen een grote rol. Daarom draait preventie niet alleen om zwemvaardigheid, maar ook om risicobewustzijn, onderhoud van conditie en verstandig gedrag in en rond water.